
De kassa en winkel van het museum bevinden zich in wat vroeger een deel van de kloosterkapel was. De huidige Waalse kerk (1b) en deze ruimte vormden samen één grote kapel. Het was waarschijnlijk vanaf het begin een dubbelkerk, waarbij de zusters boven in de nonnengalerij konden zitten, zonder door de burgers in de benedenkerk gezien te worden. De nonnengalerij bevond zich boven de hal in wat we nu de beeldenzaal (21) noemen. De vloer van de nonnengalerij liep van hoog naar laag af opdat men goed van bovenaf naar beneden in de kerk kon kijken. Aan het schuinaflopende plafond van de hal is dit nog te zien.
In 1468 werd de kloosterkapel vergroot en kwamen er meer altaren en zijkapellen. De leerlingen van de Latijnse school, die op kosten van het klooster studeerden, luisterden de missen en vespers op met koorzang. Nadat het klooster in 1572 door de stedelijke overheid geconfisqueerd was, kwam de kloosterkapel in gebruik van de hervormden.
Willem van Oranje kerkte in deze kloosterkapel, waar de diensten in het Frans, de taal waarin Oranje sprak en schreef, werden gehouden. De gemeente groeide in die tijd behoorlijk vanwege de vele Franstalige protestantse vluchtelingen. De voormalige kloosterkapel, waarin de Waalse Kerk zich vestigde, is waarschijnlijk in 1586 in tweeën gedeeld, hetgeen nog zichtbaar is aan de tussenmuur met de houten deuren.
Van 1621 tot 1635 werd de kloosterkapel en de Waalse kerk in gebruik gegeven aan Engelse importeurs van ongeverfd laken. Vervolgens kwam de lakenhal leeg te staan en werd het Waalse kerkgedeelte weer door de vorige gebruikers in bezit genomen. In 1645 kreeg het Delftse gilde van lakenwevers en handelaren de ruimte toegewezen en werd de hal weer als lakenhal ingericht. Deze was te bereiken via de kapelpoort aan de Oude Delft. Ook saai, een fijn soort laken werd hier verhandeld. Later werd een grotere ruimte aan de Oude Delft hiervoor gebruikt. De ingang tot de saaihal was de poort naar het voorplein (kruidentuin), waarboven tot de dag van vandaag een gevelsteen prijkt met het opschrift Anno 1658 en Saai, Greine en Stoffe Hal. In 1811 werd de hal voor het laatst gebruikt als saaihal. Later in de negentiende eeuw, toen een kazerne in het Prinsenhof gevestigd was, diende deze ruimte deels als conciërge-woning en voor opslag van militaire goederen.













